Cecilia Trasi Ze werkt bij Bruegel als analist op het gebied van energie en klimaatanalyse. Voordat ze bij Bruegel kwam werken, bekleedde ze functies bij de Europese Commissie en de OESO. Ze heeft een bachelordiploma in economie van de Università Cattolica in Milaan en een masterdiploma in openbaar beleid van de Hertie Faculteit in Berlijn.
Met COP30 in Belém in het vooruitzicht, loopt de wereldwijde klimaatdiplomatie spaak. De laatste klimaatconferentie bevestigde dat het aanbod van klimaatgerelateerde toezeggingen achterblijft bij de ambitie die juist zou moeten toenemen.
Tot op heden hebben 173 landen – waaronder China, India en de EU – hun meest recente Nationaal Vastgestelde Bijdragen (NDC's) met toezeggingen voor 2035 nog niet ingediend. Amerika heeft zich op zijn beurt opnieuw teruggetrokken uit het Akkoord van Parijs, de wereldwijde klimaatfinanciering drastisch verlaagd en een "fossiel gas eerst"-agenda omarmd.
In dit gefragmenteerde panorama springt China eruit. Het land domineert de toeleveringsketens van duidelijke kennis, breidt de productie van hernieuwbare energie in eigen land uit en is een belangrijke speler in klimaatdiplomatie en -financiering ten opzichte van landen in het Zuiden. Maar dit is geen multilateraal leiderschap in de traditionele zin. China's klimaatbeleid is strategisch, binnenlands geworteld en nauw verweven met zijn industriële en geopolitieke ambities.
Tegelijkertijd is de onlangs aangenomen energiewetgeving van kracht geworden. erkent expliciet Steenkool als "fundamentele waarborg en systeemregulator" binnen het nationale elektriciteitssysteem.Steenkool domineert echter nog steeds de gasvoorziening en is verantwoordelijk voor meer dan 70% van de totale CO2-uitstoot door gasverbranding, waarvan ruim de helft afkomstig is uit de energiesector..
Deze tweeledige trend van toenemende hernieuwbare energie en kolenwinning is geen toeval: het is de bewuste keuze. En het illustreert een fundamentele afweging: klimaatbeleid in China moet de economische en politieke stabiliteit van het land waarborgen. Peking stimuleert de groene industrie voor concurrentievermogen, schaalt de fossiele brandstoffen op voor stabiliteit en gebruikt klimaatsamenwerking selectief om zijn relaties met de buitenwereld vorm te geven.
De lokale weersvoorspellingen in China gaan in de eerste plaats over de continuïteit van het eigen land – en de externe boodschap is duidelijk: China zal in zijn eigen tempo, volgens zijn eigen woorden, de CO2-uitstoot verminderen. In deze context bood de EU-China dialoog op hoog niveau van juli 2025 weinig inhoudelijks, maar wel belangrijke waarschuwingen.
In een tijd van toenemende financiële spanningen tussen de EU en China en scherpe verschillen in handelsbeleid, bevestigden beide partijen het belang van gestructureerde klimaatonderhandelingen en de noodzaak om de ambities voor COP30 te verhogen. Vicepremier Ding herhaalde China's voornemen om dit najaar een alomvattend NDC (nationaal vastgestelde bijdrage) in te dienen, terwijl vicepresident Ribera opriep tot dringende vooruitgang van beide kanten.
Deze wederzijdse erkenning onderstreept dat lokale klimaatdiplomatie een van de vele gebieden blijft waar dialoog functioneert: niet om gedeelde waarden te bevestigen, maar om resultaten te bereiken waarbij de belangen overeenkomen. In plaats van te hopen op doorbraken, zou de EU zich moeten richten op samenwerking op gebieden waar concrete vooruitgang mogelijk is: koolstofmarkten, methaanreductie en financiering voor aanpassing aan klimaatverandering.
Voortgezette technische dialoog over het Chinese systeem voor de aan- en verkoop van emissierechten kan de monitoring en verificatie verbeteren en tegelijkertijd de basis leggen voor toekomstige interoperabiliteit. Methaanreductie (met name in de kolen- en landbouwsector) biedt snelle en goedkope oplossingen, zelfs zonder dat China lid wordt van het World Methane Pledge.
Adaptatie biedt echter bovenal een veel minder gepolitiseerde en veelbelovendere weg vooruit. China heeft opgeroepen tot gezamenlijke steun aan ontwikkelingslanden bij hun groene transitie. Hoewel de motieven strategisch zijn, is de kans reëel.
Beide partijen verhogen hun investeringen in Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika. Door de inspanningen, zelfs op losse wijze, af te stemmen op het gebied van infrastructuur voor weerbaarheid, methoden voor vroegtijdige waarschuwing en planning voor lokale klimaatdreigingen, zouden de EU en China aanzienlijke resultaten kunnen boeken zonder dat normatieve overeenstemming nodig is. Gestructureerde coördinatie via platforms zoals de Dialoog op Hoog Niveau kan ervoor zorgen dat initiatieven elkaar versterken in plaats van dupliceren.
Desondanks moet de EU realistisch blijven. Brussel heeft China aangespoord om zich te committeren aan een traject van dalende emissies tegen 2035. Zonder een eigen doelstelling en met aanhoudende spanningen over handelsinstrumenten zoals CBAM, is de onderhandelingspositie van het blok echter beperkt.
In plaats van te vertrouwen op moreel gezag, zou de EU moeten werken via coalities – met zwakke staten, opkomende economieën en financiële instellingen. Door de diplomatieke kosten van inactiviteit te verhogen en tegelijkertijd mogelijkheden voor samenwerking te creëren, kan de EU de wereldwijde ambities helpen verhogen.
Europa moet deze realiteit onder ogen zien, zonder illusies. Een gestructureerde dialoog met China zal de spanningen niet wegnemen en het gaat niet om gedeelde regels. Het kan echter wel invloed hebben op beslissingen in de marge. En in de strijd tegen klimaatverandering zijn die marges van belang.
Blijf voorop met NextBusiness 24. Ontdek meer verhalen, abonneer u op onze publicatie en word lid van onze groeiende community op nextbusiness24.com

